In gesprek met Margreet van der Cingel over de nieuwe wet BIG II

maandag 09 september 2019

Op woensdag 5 juni lanceerde Minister Bruins zijn plannen rond de Wet BIG II. Sindsdien is de nieuwe wet onderwerp van gesprek. We stellen daarom Margreet van der Cingel, lector ‘Leiderschap & Identiteit in het verpleegkundig domein’ aan NHL Stenden Hogeschool en het Medisch Centrum Leeuwarden, een aantal vragen over de nieuwe wet.

margreet_van_der_cingel

Waarom de wet BIG II?

De invoering van de wet BIG II is primair bedoeld om de situatie op te heffen waarin er in de praktijk geen onderscheid is in het werk tussen mbo- en hbo opgeleide verpleegkundigen. Deze situatie bestaat in Nederland sinds de invoering van deze beide opleidingen in de vorige eeuw en is om meerdere redenen onwenselijk. Het is vreemd dat professionals met een mbo en hbo achtergrond in hetzelfde beroep en werk terecht komen. Kijk maar naar andere mbo en hbo opleidingen, daar worden professionals met een verschillende opleidingsachtergrond ook niet voor hetzelfde werk ingezet. Dat zie je bijvoorbeeld in het onderwijs, daar heb je hbo pabo opgeleide leraar en mbo opgeleide pedagogisch medewerker

Op welke manier heeft je onderzoek te maken met de wet BIG II?

We onderzoeken leiderschap in de verschillende verpleegkundige functies en onderzoeken hoe de verpleegkundige identiteit het beroepsbeeld en beroepsmotivatie beïnvloedt. Dat is van belang in de discussie over de wet BIG II, omdat in alle argumenten voor en tegen het belang van behoud van verpleegkundigen voor het vak naar voren komt. Of verpleegkundigen hun oorspronkelijke motivatie om verpleegkundige te willen worden kwijt kunnen in hun werk speelt daarbij een belangrijke rol. Onderzoek van het lectoraat kijkt dus naar de concrete invulling van de verschillende verpleegkundige functies in de dagelijkse praktijk. Naar wat verpleegkundigen daar zelf belangrijk in vinden en wat hen helpt om hun verschillende beroepsrollen te vervullen, het werkplezier te behouden en hoe dit bij kan dragen aan goede zorg.

Wat vind jij van de plannen van Minister Bruins?

Dat er geen onderscheid is tussen mbo en hbo opgeleide verpleegkundigen is onwenselijk, omdat je hiermee professionals met beide opleidingsachtergronden tekort doet. De mbo-verpleegkundige is een goed opgeleide verpleegkundige die uitstekend past in de dagelijkse praktijk in de huidige verpleegkundige functies en die daarvoor gewaardeerd moet worden.
De hbo-opgeleide verpleegkundigen kunnen echter hun potentieel te weinig waarmaken, omdat er in de huidige verpleegkundige functies tot nu toe te weinig een beroep gedaan wordt op de competenties waarvoor hbo-ers nu juist zijn opgeleid. Dat zijn onder andere het kunnen gebruiken en vertalen van de laatste verplegingswetenschappelijke inzichten naar de dagelijkse praktijk vooral in complexe situaties. Zoals het bij patiënten blijven focussen op preventie van bijvoorbeeld infectie en decubitus, naast een persoonsgerichte aanpak in de zorgverlening aan een patiënt. Uit internationaal en landelijk onderzoek blijkt ook dat in ziekenhuizen waar bachelor (hbo) opgeleide verpleegkundigen meer de ruimte krijgen om hun werk zo in te vullen, er een lagere mortaliteit is. In de USA zijn dat de Magnet ziekenhuizen, in Nederland noemen we dat Excellente Zorg.

Welke misvattingen zijn er volgens jou rond BIG II ontstaan?

Misschien is goed om een paar zaken die in de media naar voren komen te benoemen. Er zijn namelijk nogal wat misvattingen. Ten eerste de term regieverpleegkundige, dit wekt de indruk dat de hbov-ers een soort leiding gaan voeren. Maar de vraag is eerst: wat verstaan we precies onder die regie? Vaak wordt dat opgevat als het aansturen en coördineren van een afdeling of team. Maar dat is helemaal niet de bedoeling van de inzet van de hbo-opgeleide verpleegkundige. Goed coördineren van een team of afdeling kunnen verpleegkundigen met andere opleidingsachtergronden ook uitstekend. De term regieverpleegkundige slaat veel meer op regie voeren over de verpleegkundige zorg in het hele proces van de patiënt, samen met die patiënt en ook buiten de muren van het ziekenhuis. Dat gaat dan ook over het toepassen van wetenschappelijke inzichten in samenspraak met andere verpleegkundigen, de artsen en andere disciplines in het behandelteam en de patiënt zelf met diens naasten.

De hbo verpleegkundige heeft wat mij betreft daarmee veel meer een dienende rol aan een team met verschillend opgeleide verpleegkundigen dan dat er sprake zou zijn van vertellen hoe het moet. De term regieverpleegkundige is eigenlijk ongelukkig gekozen, je moet teveel uitleggen wat er wel of niet mee bedoeld wordt en dat helpt niet in een verhitte en al zo lang lopende discussie. Ik denk dat benaming bachelor verpleegkundige (naar de opleidingstitel van de hbo verpleegkundige) beter was geweest. Dit is ook nog eens een internationaal herkenbare titel.

Een andere misvatting is de gedachte dat ervaren verpleegkundigen een aanvullende opleiding zouden moeten doen om verpleegkundige te kunnen blijven. Daarvan is geen sprake. Alleen wanneer je in die nieuwe hbo-functie wil gaan werken kun je dat doen wanneer je dat zou willen. Daarmee ontstaat een beter loopbaanperspectief voor de hele beroepsgroep.

Heb je tips voor verpleegkundigen en/of werkgevers over hoe om te gaan met de veranderingen? En wat gaan onze studenten van HBO-V bijvoorbeeld merken van deze maatregel?

De hbov-ers, van beginnend tot ervaren, de kans en de ruimte geven om hun kennis in te zetten. Dat betekent dat ze echt een andere rol aan moeten nemen dan nu de norm is voor het verpleegkundig beroep. De waarde van de hbov als opleiding wordt in deze discussie door sommigen in twijfel getrokken omdat er gekeken wordt naar de huidige praktijk vanuit een achterhaald beroepsbeeld. Daar hebben jonge hbov-ers en studenten helaas ook last van tijdens stages. Ze moeten opboksen tegen allerlei vooroordelen over de hbov-er. Maar we hebben verschillend opgeleide verpleegkundigen die alle hun waarde en inbreng in de zorg hebben, laten we daar optimaal gebruik van maken. Dat mag ik zeggen want ik heb zelf de in service opleiding tot A-verpleegkundige gedaan, een heel goede opleiding met een eigen waarde naast de mbo of hbo opleiding. Ik denk dat het dus ook een goede zaak zou zijn wanneer die groep verpleegkundigen niet ingedeeld wordt in mbo of hbo, maar beschouwd wordt voor wat ze zijn: in service opgeleid. We denken teveel in een hiërarchie van wie nu beter is of het voor het zeggen heeft. Daar mag het wat mij betreft niet over gaan, het moet altijd gaan over wat ieders bijdrage is aan goede zorg.

Wat zou jij de minister, vanuit je expertise, inzake de nieuwe wet willen adviseren?

Ik zou zeker adviseren een andere meer neutrale beroepsbenaming dan regieverpleegkundige te kiezen, zoals bachelor-verpleegkundige. Daarnaast zou ik de In service opgeleide verpleegkundigen een aparte status toekennen. Dat kan volgens mij heel simpel door in het BIG-register de mogelijkheid op te nemen om bij het beroep ook de toevoeging in-service of mbo op te nemen. Toevoegingen die een opleidingsniveau aangeven zie je nu al in het BIG-register, zoals bij die van bachelor medisch hulpverlener.

Inmiddels is duidelijk dat oud SER-voorzitter Rinnooy Kan voor de minister gaat onderzoeken hoe het nu precies zit met de onrust in de beroepsgroep, en alle verschillende argumenten in deze discussie. Ook is het bestuur van de beroepsvereniging V&VN afgetreden. Dat geeft denk ik aan dat er gekozen wordt om rust te brengen in het debat. Dat lijkt me goed, vanuit rust kun je ook beter naar ieders argumenten luisteren, en goed communiceren over wat nu echt de bedoeling is. Vanuit die bedoeling moeten we niet uit het oog te verliezen, hoe belangrijk het is de bachelor-verpleegkundige een goede plek in het beroepenstelsel te geven naast alle verpleegkundigen met hun eigen waardevolle opleidingsachtergrond. Het belangrijkste argument is daarbij dat de Wet BIG II zowel de zorg, de beroepsgroep en het behoud van alle verpleegkundigen ten goede komt.