Inauguratie Siebrich de Vries, Lector Vitale vakdidactiek

dinsdag 19 november 2019

Siebrich de Vries, lector Vitale Vakdidactiek:
"Het stuur moet van de leraar naar de leerling"

"Bij de omslag van leraargestuurd naar leerlinggericht onderwijs, die momenteel gaande is, vormt de vakdidactische bekwaamheid van de leraar de sleutel." Dat stelde Siebrich de Vries, lector Vitale Vakdidactiek bij NHL Stenden Hogeschool, vrijdag 15 oktober tijdens haar inaugurele rede. Zeker in het noorden krijgen docenten daarbij een extra uitdaging op hun bordje. "Demografische krimp, laaggeletterdheid, meertaligheid en een relatief hoog percentage kansarme kinderen vergroten de complexiteit voor docenten in de noordelijke regio."

Picture

Hoe laat je als docent de radertjes bij je leerlingen draaien, zodat ze gemotiveerd en effectief leren? Dat zou elke (aanstaande) leraar zich regelmatig moeten afvragen, vindt Siebrich de Vries, lector Vitale Vakdidactiek bij NHL Stenden Hogeschool. Vrijdag 15 oktober was de inauguratie van de kersverse lector bij NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden. Met haar lectoraat richt De Vries zich op de vraag hoe ze in het noorden een (vitale) beweging op gang kan brengen, waarbij vakdidactiek centraal staat. “Vakdidactiek is de kernbekwaamheid van een leraar, waarin de vakinhoudelijke, de pedagogische en de didactische kennis en kunde bij elkaar komen. Een goede leraar kan de vakinhoud leerbaar maken voor zijn leerlingen”, vatte ze de kunst van het lesgeven kort samen.

Daarbij hebben docenten in krimpgebieden nog eens een extra uitdaging, merkte De Vries tijdens haar inaugurele rede op. "Minder leerlingen leidt automatisch tot minder leraren en minder geld om docenten aan te stellen. Als je als docent wiskunde de enige vakdocent bent op je school, hoe ga je je dan ontwikkelen? Met wie spar je in de pauze over je lesmethode?” De meertaligheid in Friesland maakt de situatie nog complexer. "Kunnen we aardrijkskunde ook in het Fries aanbieden? Dat compliceert ook je vakdidactiek", wist De Vries. “Dat zijn grote uitdagingen waar we nu mee te maken hebben.”

De sinus als struikelblok

Daarmee onderstreepte de lector het belang van haar lectoraat. “Het doel van mijn lectoraat is het op gang brengen van een beweging waarbij nieuwe vakdidactieken worden ontwikkeld, waardoor leerlingen gemotiveerder en effectiever leren. Dat begint al met de bewustwording van het verschil tussen de termen vakkennis en vakdidactiek”, legde ze uit. “Vakkennis gaat over jouw eigen kennis en kunde van het vak waarin je lesgeeft. Onmisbaar uiteraard, maar veel belangrijker nog is vakdidactiek. Daarbij gaat het om het hoe en wat van het leren van leerlingen van een bepaald onderwerp van een vak. Met andere woorden: hoe organiseer je het onderwijs zodanig dat leerlingen een onderwerp in de vingers krijgen?”

Als voorbeeld noemde de lector de sinus bij wiskunde; materie die door vrijwel iedere leerling als moeilijk wordt bestempeld. “De sinus blijkt een heel groot struikelblok. Gelukkig zijn er wiskundedocenten die samen heel goed naar het leren en denken van leerlingen hebben gekeken, dat met elkaar hebben besproken en op die manier een slimme aanpak hebben bedacht, waardoor het kwartje valt. Zo’n slimme aanpak blijft echter vaak bij die ene school hangen, omdat deze methode niet met collega’s wordt gedeeld. Dat is mijn doel: ik wil dat leraren actief met elkaar hun eigen onderwijspraktijk gaan onderzoeken en dan dit soort best practices met elkaar delen.”

“Onze scholen zijn van oudsher ingericht als leerfabrieken”

Grote leerfabrieken

Met het delen van best practices wil De Vries leraren ondersteunen bij de omslag van leraargestuurd naar leerlinggericht onderwijs. “Heel vroeger hadden we elitescholen met kleine klassen, waar je als leerling in feite één op één les kreeg. Eind negentiende eeuw kwam er een omslag”, schetste ze de onderwijsverandering. “Niet alleen de welgestelde kinderen, maar het gehele volk moest immers worden geschoold. Het resultaat is dat we zijn overgestapt op fabrieksmatig onderwijs, zoals we dat vandaag de dag nog steeds kennen. Onze scholen zijn ingericht als leerfabrieken. Grote klassen vol kinderen en één leraar die de expert is en kennis overdraagt gericht op de ‘gemiddelde leerling’.”

Momenteel is er opnieuw een omslag gaande naar (vormen van) leerlinggericht, gepersonaliseerd en flexibel onderwijs, waarbij meer gekeken wordt naar wat individuele leerlingen op een bepaald moment nodig hebben. “Iedere leerling heeft recht op passend onderwijs, daar zijn we het wel over eens. Maar passend onderwijs in een leerfabriek: dat wringt”, concludeerde de lector. “Om dit leerlinggerichte onderwijs tot een succes te maken, zullen leraren hun vakdidactische bekwaamheid verder moeten ontwikkelen of versterken. Een bewezen manier om dat te doen is door leraren actief samen met collega’s onderzoek te laten doen naar het denken en leren van leerlingen in hun eigen onderwijspraktijk.”

Minder lesuren, meer ruimte voor vakverbetering

Dit vraagt ook van leraren een omslag: zij waren immers altijd gewend aan individueel gerichte nascholing in de vorm van top down georganiseerde studiedagen, conferenties en workshops. De Vries: “Van schoolleiders vereist het bovendien dat ze de voorwaarden scheppen om samen te werken en samen te leren via onder andere het regelen van tijd, roostering, ruimte en ondersteuning. Ook van schoolleiders vergt dit een andere mindset, omdat ze hier vaak niet mee bezig zijn en zich in veel gevallen ook niet verantwoordelijk voelen voor zo’n lerende cultuur binnen de school.”

Een lerende cultuur is echter onmisbaar voor goed onderwijs, weet De Vries. Als voorbeeld gaf ze landen als Finland en China, waar docenten veel minder lesuren hebben en veel meer ontwikkeltijd krijgen. “In Finland hebben leerlingen alleen ‘s ochtends les, waardoor docenten ’s middags de tijd krijgen om lessen voor te bereiden. In Beijing bestaat een volledige baan in het onderwijs uit 13 lesuren. Daarnaast heb je volop de ruimte voor vakverbetering en lesverbetering. Vergelijk dat eens met Nederland. Voorbereiden van je lessen doe je als docent tussen de bedrijven door, thuis na werktijd of in de vakanties. Sterker nog: er zijn voor docenten amper werkplekken op school, met uitzondering van de docentenkamer. Voor schoolleiders ligt hier dus in eerste instantie een zeer belangrijke taak. En daarnaast zou het Ministerie van OCW het aantal lesuren voor leraren naar beneden moeten bijstellen om deze ontwikkeling mogelijk te maken en te laten slagen.”

Handvatten en houvast

Juist op het gebied van al die grote uitdagingen wil het lectoraat Vitale Vakdidactiek leraren en scholen voor avo en mbo ondersteunen. De Vries: “Mijn wens is dat scholen zelf bezig gaan met onderzoek naar vakdidactiek. Dat leraren steeds blijven zoeken naar verbetering. Het lectoraat geeft handvatten en houvast bij deze drievoudige omslag; in de aard van het onderwijs, in de professionaliseringsaanpak en in de rol van de schoolleider en de schoolcultuur. Want dat er iets moet gebeuren, moge duidelijk zijn.”