Zonnepanelen

NHL Stenden stopt met verkoop plastic flesjes water

donderdag 31 oktober 2019

Het is vandaag Wereld Bespaar Dag! In het leven geroepen om ons wat bewuster met geld en middelen te laten omgaan. Benieuwd hoe we dit bij NHL Stenden Hogeschool doen? Mathijs Rutten, directeur Facility Management, legt het aan de hand van een aantal voorbeelden uit.

Zonnepanelen

Waterflesjes in de prullenbak

Om te besparen is individuele verandering goed, vindt Rutten. “Het gaat bij besparen ook over beter omgaan met dat wat je al hebt. Over bewustzijn van wat je doet met je waterflesje, je gebruikte koffiebekertje. Studenten en medewerkers krijgen bij een aantal koffiebars korting als ze een eigen koffiemok meebrengen en de komende maanden willen we stoppen met de verkoop van plastic flesjes water. Het drinken van water hoort natuurlijk bij een vitale levensstijl en dat betekent dat wij ook moeten kijken: hoe realiseren we voldoende waterpunten en maken we het aantrekkelijk? We onderzoeken nu de mogelijkheden voor een waterbar, waar je munt, citroen en andere toevoegingen voor in je water kunt krijgen.”

Lang leve de ledlamp

Grote gebouwen kosten veel energie en dat kan vaak zuiniger. Een belangrijke bron om te besparen is dan ook op energie. Het dak van de locatie in Leeuwarden ligt vol zonnepanelen en ook in Meppel, Emmen en op Terschelling gaat de school hier meer mee doen. Rutten: “Dat is niet alleen voordelig als de zon schijnt en de school open is. In bijvoorbeeld het weekend leveren we bij overschot terug aan het net. Ook voeren we op alle locaties van onze hogeschool gefaseerd ledverlichting in. Dat scheelt uiteindelijk niet alleen in de energiekosten, het is ook een duurzame besparing omdat we daarmee minder beroep doen op fossiele energie.”

Afval onder de loep

Met afval kun je veel, ook bij een instelling als NHL Stenden. Circulair ondernemen, recyclen, upcyclen, hergebruiken. Toch staan er geen prullenbakken waarin je afval kunt scheiden bij NHL Stenden. Rutten legt uit: “Wat veel mensen niet weten is dat wij ons afval nascheiden. Afvalverwerker Omrin haalt het afval bij ons op en brengt het vervolgens naar een grote scheidingsinstallatie. Daar gaan de verschillende afvalstromen weer uit elkaar.” Hij vervolgt: “Het klinkt inefficiënt, maar het is op dit moment de economisch meest verantwoorde manier om dat te doen. Als wij het hier bijvoorbeeld in PET, groen en restafval sorteren dan moet Omrin drie vrachtwagens laten rijden. En ook dan scheidt Omrin het nog een keer.”

Onderzoek naar voedselverspilling

Zeg je voedsel dan zeg je vaak verspilling. En dat is zonde, vindt Rutten. Binnen onze school doet bijvoorbeeld het lectoraat Sustainability in Hospitality and Tourism samen met studenten onderzoek naar het voorkomen van voedselverspilling. Rutten licht toe: “Eén van de manieren om minder te verspillen, is misschien wel het verkleinen van porties. Dat levert niet alleen een financiële besparing op, ook sparen we de omgeving en grondstoffen.” Het leuke is dat je het vraagstuk over duurzaamheid ook bij studenten ziet leven. “In Meppel horen we geluiden dat studenten graag metalen bestek willen, omdat het zonde is dat plastic steeds maar weg te gooien.”

Kijkje in de keten

Wat voor ons als hogeschool een besparing kan betekenen, hoeft dat niet voor de hele keten te zijn, vertelt Rutten. “Ik vind dat we als keten ook naar toeleveranciers en degene die met ons afval aan de gang zijn moeten kijken. Hoe besparen we dan in de hele keten? We brengen oude meubels naar Opnieuw; daar geven ze meubels een tweede leven.” Ook privé krijgt hij met duurzaamheid te maken. “We kunnen als individu er al mee bezig zijn. In de supermarkt ligt veel éénmalig verpakkingsmateriaal. Vaak is het nodig voor de houdbaarheid, maar dat is lang niet altijd zo. Mijn dochter houdt van minipaprikaatjes en die hebben we dan ook regelmatig in huis. Op een gegeven moment stonden er daardoor vier lege emmertjes in de kast. Waarom steeds een nieuw emmertje? Wij nemen de lege emmertjes mee naar de supermarkt, vullen ze weer en rekenen dan opnieuw af. Nu hoef je natuurlijk niet altijd je eigen spullen mee te nemen, maar met het produceren van minder afval, besparen we ook verderop in de keten weer.”