Pabo NHL Stenden start met specialisatierichting voor het jonge kind

woensdag 08 juli 2020

“Specifieke opleidingsroute voor het jonge kind is niet meer dan logisch”, zegt lector Ineke Oenema.

Tweedejaars Pabo-studenten van NHL Stenden Hogeschool kunnen in september starten met een speciale opleidingsroute, waarin ze zich specifiek focussen op de ontwikkeling en het leren van het jonge kind. NHL Stenden is één van de zes geselecteerde hogescholen die een pilot mag draaien, waarin de Pabo-opleiding een opleidingsstroom voor het jonge kind en/of het oude kind ontwikkelt. Al meer dan tien jaar wordt er over gesproken: meer focus binnen de Pabo-opleidingen voor de ontwikkeling en het leren van het jonge kind. Met de handtekening van de minister van Onderwijs dinsdag 30 juni kregen vijf Pabo-opleidingen het startschot om handen en voeten te geven aan deze langgekoesterde wens. Ineke Oenema, lector Early Childhood aan NHL Stenden, staat aan de wieg van de specialisatierichting voor het jonge kind. "Met alle kennis die we hebben is zo’n route niet meer dan logisch.”

header_pabo_deeltijd

Ruim dertig jaar nadat de Kleuterkweekschool officieel werd afgeschaft, klinkt er in het onderwijs steeds harder de roep om meer aandacht voor de ontwikkeling en het leren van het jonge kind. Een oproep waar Oenema zich volledig in kan vinden. "Als Pabo-student studeer je generiek af en kun je aan de slag in groep 1 tot en met groep 8. Kinderen in de onderbouw leren echter op een geheel andere manier dan kinderen in de bovenbouw, weten we uit neurobiologisch onderzoek. Het is gek dat we aan deze neurobiologische ontwikkeling binnen de Pabo nog altijd zo weinig aandacht schenken."

Specialisten met een generiek diploma

Dat vinden meer onderwijsexperts, die de afgelopen jaren bij de minister van Onderwijs aan de bel trokken. In het regeerakkoord werd daarom opgenomen dat er meer differentiatie moet komen in de lerarenopleidingen, onder andere door specifiek te focussen op het jonge kind. Een missie waar Oenema zich de afgelopen jaren stelselmatig hard voor heeft gemaakt. Ze was dan ook nauw betrokken bij het opstellen van het pilotplan voor de specialisatierichting ‘het jonge kind’ binnen de Pabo-opleiding aan NHL Stenden. En met succes, want dinsdag 30 juni zette de minister van Onderwijs een handtekening onder het pilotplan van de hogeschool en gaf daarmee groen licht aan de uitvoer hiervan.

"In september gaan we direct van start", vertelt Oenema. "Alle startende tweedejaars Pabo-studenten worden op dit moment benaderd met de vraag of ze geïnteresseerd zijn in deze route gericht op het jonge kind. De eerste aanmeldingen zijn inmiddels binnen." Daarbij benadrukt Oenema dat ook deze studenten, die in het tweede jaar bewust kiezen voor het jonge kind, aan het einde van hun opleiding de hogeschool verlaten met een generiek diploma op zak, waarmee ze zowel in de onder- als de bovenbouw voor de klas mogen staan. "Met als groot verschil dat ze zich met recht specialist mogen noemen als het gaat om de ontwikkeling en het leren van het jonge kind”, onderstreept Oenema. "Het is mogelijk om maar liefst 150 van de in totaal 240 studiepunten te behalen met vakken en opdrachten gericht op het jonge kind."

Sprongsgewijs leren

Met het groene licht voor deze pilots krijgt Nederland een zestal Pabo-opleidingen die vergelijkbaar zijn met hoe men in Vlaanderen het lerarenonderwijs heeft ingericht. "In Vlaanderen kies je bewust voor de Kleuteropleiding, gericht op kinderen van 2,5 tot 6 jaar", weet Oenema. "Daarnaast heb je de opleiding Lager onderwijs, waarmee je een diploma behaalt om les te geven aan kinderen van 7 tot 12 jaar. Wil je na een aantal jaren voor de klas switchen, dan zul je bijscholing moeten volgen. Geheel terecht, als je het mij vraagt."

Zo’n jonge kind-route op de Pabo zou ook in Nederland ingevoerd moeten worden, als het aan de lector ligt. "Jonge kinderen leren sprongsgewijs, weten we uit onderzoek. Daarbij is het zaak om alle ontwikkelingsdomeinen met elkaar in verbinding te brengen. Motoriek, zintuigen, taalontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling in combinatie met cognitieve ontwikkeling. Wat we in de praktijk echter zien, is dat de focus in de onderbouw vooral ligt op de cognitieve ontwikkeling: woordenschat, letters, cijfers en kleuren kennen. Ieder kind moet zich bovendien volgens de gemiddelde route ontwikkelen. Onzin, geen enkel kind is immers gemiddeld."

Minder afhakers

Met het pilotjaar hoopt Oenema via flankerend onderzoek te laten zien dat een specialisatierichting voor het jonge kind z'n vruchten afwerpt. "Niet alleen hoop ik dat we kunnen laten zien dat we vakbekwamere onderwijsprofessionals afleveren, maar ik hoop ook dat de specialisatie motiverend werkt voor onze Pabo-studenten. Doel is dat studenten na het eerste jaar kunnen kiezen voor de leeftijdsgroep waarmee ze affiniteit hebben, zodat we hopelijk minder studenten hebben die afhaken. Dat zou een win-winsituatie betekenen voor het gehele onderwijs.”