Persoonlijk Leiderschap & Innovatiekracht

Schaalvergroting, economische veranderingen en technologische innovaties volgen elkaar steeds sneller op. Hbo-professionals moeten zich snel en soepel kunnen aanpassen aan deze nieuwe ontwikkelingen. Maar hoe doe je dat? Welke competenties heeft een professional nodig om persoonlijk leiderschap en innovatiekracht te tonen?

Het lectoraat Persoonlijk leiderschap & Innovatiekracht helpt een complex probleem op het gebied van human resource management helder te krijgen en op te lossen. Het lectoraat ontwikkelt daarvoor inhoudelijk hoogwaardige en vernieuwende onderwijsprogramma’s en (bedrijfs)opleidingen en doet hoogwaardig onderzoek. Concrete voorbeelden zijn een simulator voor het onderzoeken en trainen van communicatiestijlen, het ontwikkelen van studieloopbaanbegeleiding en het monitoren van leiderschap tijdens Culturele Hoofdstad 2018.

Inspelen op ontwikkelingen 

Tot voor kort kwam een afgestudeerde hbo’er bijna altijd in een organisatie terecht met vaste structuren en procedures. Je hoefde alleen maar aan de eisen te voldoen, dan was het goed. De wereld om ons heen verandert - neem alleen al de opkomst van de groei van sociale media - en dat raakt ook de toekomstige professionals. Van hen verwachten we dat zij begrijpen welke ontwikkelingen plaatsvinden en hoe je daar het best mee kunt omgaan. Helemaal mooi als je die kwaliteiten ook aan anderen kunt doorgeven.

Legacy onderzoek Culturele Hoofdstad 2018

Is er sprake van - causale - verbanden tussen de inspanningen, activiteiten en resultaten van het project Culturele Hoofdstad en anderzijds van blijvende effecten in de Friese samenleving? Het lectoraat Persoonlijk Leiderschap & Innovatiekracht doet onderzoek naar de legacy op de terreinen sociale participatie, onderwijs, werkgelegenheid en quality of life. Het lectoraat onderzoekt deze vraagstelling samen met hogescholen NHL Stenden en Van Hall Larenstein. 

Aanleiding voor Leeuwarden-Fryslân om te wedijveren voor de titel European Capital of Culture (ECoC) zijn de uitdagingen op cultureel, sociaal, economisch en ecologisch gebied waar de stad en de regio zich voor gesteld zien. De titel Culturele Hoofdstad van Europa geeft een extra impuls aan het ontwikkelwerk op deze gebieden, zo is de verwachting. 

In het bidbook staat: “We apply for the title European Capital of Culture because we need a large-scale cultural intervention that can fuel new approaches to these challenges. We want to exchange ideas and experiences with Europe, in the field of the future of our natural heritage, the relationship between the city and the countryside and the balance between community and diversity.” 

Participatie, werkgelegenheid en onderwijs 

Fryslân en Leeuwarden scoren in vergelijking met grote delen van Nederland laag op diverse indicatoren op cultureel, sociaal, economisch en ecologisch gebied. Lager scoren onder meer: sociale participatie, arbeidsdeelname, ontstaan en doorgroei van bedrijven, het percentage innovatieve bedrijven in de regio en het percentage hbo-afstudeerders dat werk vindt in Fryslân/Noord-Nederland.

De gemeente Leeuwarden, provincie Fryslân en de Stichting Kulturele Haadstêd 2018 heeft het lectoraat opdracht gegeven een kwalitatieve onderzoekslijn van het Monitoring & Evaluatieprogramma voor LF-CH2018 tot ontwikkeling te brengen. Dit in aanvulling op het kwantitatieve onderzoek naar de 32 doelstellingen uit het bidbook van de Culturele Hoofdstad.
Centraal in het onderzoek staan de drie hoofdthema’s die de beoogde resultaten van LF-CH2018 op legacy-niveau weerspiegelen: participatie, werkgelegenheid, onderwijs.

Ontwikkelen van de regio

Basisgedachte is dat de economische en sociale slagkracht van Fryslân in het algemeen en Leeuwarden in het bijzonder versterkt wordt door op de drie hoofdthema’s beter te scoren.

Na afronding van het CH2018-jaar moet worden vastgesteld in hoeverre de activiteiten van CH-2018 daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de culturele, sociale en economische ontwikkeling van de regio.

In de eerste fase van het onderzoek (2016-2017) ontwikkelen lectoren van de hogescholen instrumenten waarmee de resultaten en effecten van de CH2018-activiteiten in kaart gebracht en geanalyseerd worden. In veertien deelonderzoeken wordt onderzocht welke kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren hiertoe het best kunnen worden gebruikt. Ook onderzoeken we de (al dan niet causale) relaties tussen diverse indicatoren onderling. 

In de deelonderzoeken werken lectoren samen met studenten en docentonderzoekers aan het vraagstuk. Eind 2017 zijn de eerste bevindingen gedeeld.

Competenties die bijdragen aan de mate van persoonlijk leiderschap Excellent Ondernemen 

Zelf-oordelend vermogen, analytisch vermogen en sociale oriëntatie dragen bij aan persoonlijk leiderschap onder eerstejaars studenten. Dat is één van de voorlopige uitkomsten van het onderzoek naar competenties die bijdragen aan de mate van persoonlijk leiderschap. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het lectoraat Persoonlijk Leiderschap & Innovatiekracht.

De arbeidsmarkt in Nederland wordt steeds flexibeler. We hebben geen baan meer voor het leven, maar we zullen een leven lang leren. Professionals wisselen meer dan vroeger van baan en  samenwerkingsverbanden worden steeds dynamischer en meer zelfsturend. Het is denkbaar dat elk lid of meerdere leden van een samenwerkingsverband, al dan niet in een wisselende samenstelling, leiding kunnen geven. Deze ontwikkelingen vragen van toekomstige professionals een bepaalde mate van persoonlijk leiderschap. Het lectoraat Persoonlijk Leiderschap & Innovatiekracht doet daarom onderzoek naar competenties die bijdragen aan de mate van persoonlijk leiderschap. 

Leiderschap en competenties 

Een belangrijk doel van het kwantitatieve onderzoek is het verkrijgen van inzicht krijgen in de mate waarin beginnende studenten over leiderschapskwaliteiten beschikken en welke competenties daaraan bijdragen. Een tweede doel is inzicht krijgen in de mate waarin studenten tijdens hun studie leiderschapskwaliteiten verder ontwikkelen.

In het voorjaar van 2017 werden de definitieve resultaten van het onderzoek verwacht. Het belangrijkste inzicht dat het onderzoek tot nu toe opleverde is dat zelf-oordelend vermogen, handelvaardigheid, analytisch vermogen en sociale oriëntatie bijdragen aan de mate van persoonlijk leiderschap onder eestejaarsstudenten.

Focus op je sterke kanten? Excellent Ondernemen 

Het idee om te “focussen op je sterke kanten” heeft de afgelopen jaren, onder de invloed van de positieve psychologie, veel weerklank gevonden in de praktijk van het onderwijs. Maar werkt het ook echt? Doen studenten meer hun best als ze leeractiviteiten ondernemen op het gebied van hun sterke in plaats van hun zwakke kanten? En zo ja, hoe kunnen we dit verklaren?

In het proefschrift Focus on your strengths?: The role of perceived relative strengths versus weaknesses in learning effort heeft onderzoeker Djoerd Hiemstra onderzoek gedaan naar de motiverende werking van 'focussen op je sterke kanten' bij opleiding en ontwikkeling. De conclusie is dat focussen op je sterke kanten alleen tot meer inzet leidt in een leerklimaat dat is gericht is op zelfsturing, niet in een traditioneel leerklimaat dat gericht is op het behalen van toetsen. 

Zelfgestuurde leeromgeving 

In een zelfgestuurde leeromgeving, dus als studenten zich vrij voelen om zelf hun leerdoelen te kiezen, zijn studenten geneigd om meer inzet te tonen als ze aan hun sterke in plaats van hun zwakke kanten werken. Voorbeelden van een dergelijke zelfgestuurde leeromgeving zijn de vrije keuzevakken die veel opleidingen bieden, of de studieonderdelen waarbij studenten werken aan een door hen zelf opgesteld persoonlijk ontwikkelingsplan.

De verklaring voor de positieve relatie tussen sterke kanten en inzet is dat studenten zich competenter voelen als ze leeractiviteiten op het gebied van hun sterke kanten verrichten. Daardoor zijn ze meer intrinsiek gemotiveerd en zijn ze bereid om zich meer in te zetten. Een dergelijke positieve relatie tussen sterke kanten en inzet is in lijn met invloedrijke motivatietheorieën zoals de self-determination theory (Ryan & Deci, 200) en de self-efficacy theory (Bandura, 1997) die stellen dat mensen meer gemotiveerd zijn als ze geloven dat ze iets goed kunnen. 

Traditionele leeromgeving

Het onderzoek in dit proefschrift laat echter zien dat deze positieve relatie tussen sterke kanten en inzet zich alleen maar voordoet in een zelfgestuurde leeromgeving. In een traditionele leeromgeving, waarin studenten gericht zijn op het behalen van toetsen, is de relatie juist negatief. Studenten zijn dan geneigd om zich meer in te zetten op het gebied van hun zwakke in plaats van hun sterke kanten. Studenten die zich voorbereiden op de toetsweek steken bijvoorbeeld meer tijd en energie in vakken waarvan ze denken dat ze er niet goed in zijn, dan in vakken waarvan ze denken dat ze wel goed presteren.    

Een dergelijke negatieve relatie tussen sterke kanten en inzet is in lijn met de control theory (Carver & Scheier, 1999) die stelt dat mensen gemotiveerd worden door het ervaren van een discrepantie tussen de huidige situatie en een doel of norm.   

Bruikbare motivatiestrategie

Het onderzoek in dit proefschrift laat dus zien dat de overtuiging iets goed te kunnen in het onderwijs zowel tot meer als tot minder inzet kan leiden, afhankelijk van de leeromgeving. Motivatietheorieën moeten dus zowel positieve als negatieve relaties tussen ervaren competentie en inzet kunnen voorspellen en rekening houden met de invloed van de leercontext. 

Voor de praktijk van het onderwijs betekenen deze resultaten dat ‘focussen op je sterke kanten’ slechts beperkt bruikbaar is als motivatiestrategie in traditionele leeromgevingen waarin de normen die worden gesteld door de docent of opleiding dominant zijn. ‘Focussen op je sterke kanten’ is waarschijnlijk meer geschikt als zelf-motivatiestrategie, voor mensen die de vrijheid hebben om zelf sturing te geven aan hun eigen opleiding en ontwikkeling, dan als motivatiestrategie die docenten en opleidingen kunnen toepassen om studenten te motiveren om aan hun eisen te voldoen.

Met wie werken we samen? 

Samen met bedrijven, overheden en instellingen zoekt het lectoraat Persoonlijk leiderschap & Innovatiekracht naar persoonlijke kwaliteiten zoals zelfsturing en persoonlijke innovatie. We doen dat met praktijkgericht onderzoek.

Het lectoraat heeft als belangrijkste doel via onderzoek erachter te komen welke competenties professionals nodig hebben om persoonlijk leiderschap en innovatiekracht te kunnen tonen. Dat doen wij door middel van de volgende activiteiten:

  • voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek;
  • publiceren over de onderzoeksresultaten in wetenschappelijke tijdschriften en in vaktijdschriften;
  • de uitkomsten van het onderzoek om te zetten in onderwijsprogramma’s en leermaterialen;
  • delen van de opgedane inzichten via lezingen, gastcolleges en studiebijeenkomsten.

Partners

We werken als lectoraat samen met verschillende partners. Enkele partners zijn:

  • Instituut Techniek, Willem Barentsz Instituut 
  • Opleiding Human Resources Management (HRM), NHL Stenden Hogeschool
  • Opleiding Communicatie & Multimedia Design, NHL Hogeschool
  • X-Honours programma, NHL Stenden Hogeschool
  • Schoolleideropleidingen, ECNO/NHL Stenden Professionals
  • Culturele Hoofdstad 2018, gemeente Leeuwarden

 

Contact

NHL Stenden Hogeschool
Academie International Business Administration