Met je robot naar de maan: studenten battlen voor een betere toekomst

dinsdag 30 juni 2020

Welke robot is het meest geschikt voor onderzoek naar waterbronnen en mineralen op de maan? Tijdens Robot Day gingen donderdag 25 juni tien verschillende multidisciplinaire teams binnen NHL Stenden de strijd met elkaar aan. Bijna 130 studenten werktuigbouwkunde, ICT en elektrotechniek bundelden zeven weken lang de krachten voor het bouwen van de beste robot. En die samenwerking is niet alleen leuk, maar wordt ook steeds belangrijker. Want ook in de zorg, de landbouw en industrie blijft de vraag naar robotica maar groeien.

robot-maan

Water is een belangrijke maar zeldzame bron op de maan. Het kan mogelijk worden omgezet naar zuurstof en brandstof. Daarom is dit voor de studenten niet alleen een leuk vraagstuk om aan te werken, maar ook eentje uit de praktijk. “De technieken die de studenten bij het maken van deze maanrover toepassen, kunnen in de praktijk worden gebruikt. Neem nou de functionaliteiten van robot Luna, één van de robots van het project. Ze heeft onder andere een robotarm, een gewichtssensor én een HD camera”, licht docent Werktuigbouwkunde Lieuwe Wijma toe.

Toekomstvoorspellingen

Ook Jolien Drent, Projectleider van de nieuwe Associate Degree Robotica, ziet deze verschuiving steeds meer: “In de praktijk zien we nu bijvoorbeeld veel onderzoek naar het lichter maken van grijpers, maar ook naar hoe toekomstig onderhoud in robotica steeds beter te voorspellen is. Dat is met name in de industrie heel belangrijk, maar ook in de landbouw en productie zien we de vraag naar dit soort technieken groeien. Steeds meer bedrijven laten simulaties maken, voor iets echt in productie gaat. De raakvlakken tussen vakgebieden worden steeds sterker. Steeds meer camera’s worden in producten geïntegreerd. Bij de landbouw gebruiken ze drones om over gewassen te vliegen, vision camera’s om eieren op grootte te sorteren. In de industrie bij het ontdekken van productiefouten. De techniek wordt steeds slimmer en daarmee kan productie sneller draaien, goedkoper worden of betrouwbaarder.”

De vraag naar allrounders neemt toe

De sectoren werktuigbouw, ICT en elektrotechniek werken steeds meer samen en moeten elkaars taal dan ook begrijpen. “In de praktijk zien we dat er bij bedrijven als Philips steeds meer gezocht wordt naar allrounders. Je hoeft niet alles te kunnen maar moet je collega’s wel kunnen begrijpen.” legt Lieuwe uit. Processen veranderen, inzichten van vandaag zijn morgen weer anders. “Wij houden ook tijdens het ontwerpproces informatie tijdelijk achter om de flexibiliteit van de teams te beproeven. Dat soort omstandigheden zie je bijvoorbeeld ook bij aanbestedingen, dan komen er halverwege het proces wijzigingen. Dat vraagt om flexibiliteit in het werkveld, van student én werkgever.”

Voorgaande jaren zaten de studenten met de projectgroepen op school. Werd er tot de late uurtjes aan de robots gewerkt, bestelden de studenten een pizza voor in het klaslokaal en liepen er docenten rond. Dit jaar werken de studenten vanuit hun eigen studentenkamer of woonkamer. Een omschakeling, maar de communicatie via Zoom, Teams of andere programma’s maakt het mogelijk. Lieuwe: “Het was wel even spannend of alle computers krachtig genoeg waren om Webots, robot-simulatiesoftware, te draaien maar gelukkig ging dat goed. We zien dat de implementatie van robotica en samenwerking steeds sneller gaan, en daarom vinden we het delen van deze kennis van de verschillende vakgebieden zo belangrijk.”