Annika Pool

Annika Pool is docent aan de opleiding Ruimtelijke Ontwikkeling. Haar ervaring als stedenbouwkundige gebruikt ze in haar onderwijs.

kantine

”Als student ben je hier al een beginnend professional”

“Bij techniek denk je misschien aan de technische uitwerking van producten, maar het heeft ook een sociale kant. Communicatie is best belangrijk binnen deze studierichting. Dat speelt bijvoorbeeld heel erg bij de inrichting van de openbare ruimte, zoals pleinen, straten maar ook hele wijken. Je bent dan niet alleen bezig met tekenen en rekenen, maar zit ook met betrokkenen om tafel, houdt informatieavonden, licht je plan toe …”

Door je eigen wijk lopen

“Toen ik jong was, wilde ik architect worden. Vaak maak je dan gebouwen, maar juist de overgang van gebouw naar openbare ruimte vind ik interessant. Ik volgde zelf de opleiding Stedenbouwkunde aan deze hogeschool en daarna Architectuur in Delft. Dat heeft me een echte ontwerper gemaakt. Ik hou me bij ruimtelijke ontwikkeling niet zozeer bezig met gebouwen, maar met de vraag: hoe richt je de openbare ruimte in? Na mijn afstuderen werkte ik als stedenbouwkundige bij een gemeente en later bij een adviesbureau. Je kunt dus verschillende kanten op. Inmiddels heb ik zeventien jaar ervaring met het ontwerpen van buurten en woonwijken. Dat is iets heel tastbaars: je kunt door wijken lopen die je zelf hebt ontworpen. Zelfs in mijn vrije tijd ben ik bezig met mijn vak. Ik ga vaak geocachen met mijn gezin. Dan kom je op plekken waar je anders nooit zou komen. Het is leuk om zo door nieuwe wijken te lopen. Ik proef altijd de sfeer in zo’n wijk en let op nieuwe trends.”

Leren in de prakijk

“Op een gegeven moment kwam ik bij NHL Stenden terecht als gastdocent, en ik vond het lesgeven zó leuk. Met voorbeelden uit mijn eigen werk maak ik de lessen beeldend voor studenten. Je kunt laten zien waar je tegenaan loopt in het vak, zoals: wat willen mensen in de gemeente zelf, en is het financieel haalbaar? Je werkt hier ook veel met praktijkopdrachten. Dat maakt het realistisch: je werkt voor een echte opdrachtgever. Als student ben je dus eigenlijk al een beginnend professional. Bij fictieve opdrachten is dat toch anders, dan doe je het meer voor de docent.

Bij zo’n opdracht uit de praktijk denk je bijvoorbeeld mee over de herinrichting van een dorpsplein, of je ontwerpt een visie voor hoe toeristen op een mooie manier door een dorp geleid worden. Je neemt zelf contact op met bewoners, doet onderzoek, tekent je eigen plannen en presenteert die echt aan de opdrachtgever. In Franeker ontwierpen studenten eens een hofje met levensbestendige woningen. Je wordt er natuurlijk ontzettend enthousiast van als je werk als student vervolgens ook echt uitgevoerd wordt. Je doet het ergens voor, en hebt meteen iets om heel trots op te zijn!”