De belangrijkste onderzoeksmethoden

Je kunt je onderzoeksvraag op verschillende manieren beantwoorden.

De meest gebruikte methode is literatuuronderzoek. Maar er zijn meer mogelijkheden. Je kunt enquêtes of interviews afnemen, observeren of een experiment doen. Of combineer ze. Er is onderscheid tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Wil je gedrag of meningen van mensen beter begrijpen? Dan zijn kwalitatieve methoden interessant. Wil je juist iets in getallen laten zien? Kies dan voor kwantitatief onderzoek.

Enquête (kwantitatief)

Marktonderzoek doe je vaak via een enquête - deze methode is geschikt om een grote groep mensen te ondervragen. Je krijgt dan statistisch de meest betrouwbare en representatieve uitslag. Je kunt bijvoorbeeld naar hun gedrag vragen: Hoe vaak gebruikt u Facebook per dag? Of naar hun voorkeuren: Welke social media gebruikt u het meest?

Je kunt een enquête telefonisch, face-to-face, schriftelijk of online afnemen. Met online-programma’s zoals SurveyMonkey kun je direct tabellen en grafieken laten maken van jouw onderzoeksresultaten.

Interview (kwalitatief)

Tijdens een interview stel je in een persoonlijk gesprek gericht vragen aan iemand. Je gebruikt interviews om achter (persoonlijke) meningen, behoeften en motivaties te komen. Stel altijd open vragen. Neem het gesprek op met je telefoon of schrijf tijdens het interview steekwoorden op zodat je alles onthoudt. Vraag hiervoor altijd eerst toestemming aan degene die je interviewt!

De resultaten van interviews zijn niet statistisch representatief, maar geven een indicatie van wat er leeft bij deze groep.

Observatie (kwalitatief)

Observeren doe je met je ogen en oren, je neemt dus dingen of gedrag waar. Je oefent er zelf geen invloed op uit. Ga bijvoorbeeld met je hond naar het park. Wat doet hij allemaal? Wanneer blaft hij? Welk gedrag laat hij zien als hij een andere hond tegenkomt? Je zegt of doet zelf helemaal niets, je kijkt en luistert alleen en registreert.

Dit kun je ook doen bij mensen. Je kunt bijvoorbeeld observeren hoeveel fietsers op een kruispunt door rood rijden. Of bekijken hoe mensen zich gedragen als ze in de supermarkt in een lange rij staan te wachten.

Experiment (kwantitatief)

Er zijn twee soorten experimenten: natuurwetenschappelijk (proefjes in een laboratorium) en sociaal-wetenschappelijk (gedrag van mensen). Een voorbeeld van de eerste is bijvoorbeeld als je test wat de invloed van wifi-straling is op de groei van een plant. Een voorbeeld van een sociaalwetenschappelijk experiment is als je test of mensen na het zien van gewelddadige filmpjes anders reageren op foto’s van  boze mensen dan de proefpersonen die daarvoor een natuurfilmpje hebben bekeken.

Ga door naar Stap 6