Online oproepen tot rellen, doodsbedreigingen en haatcampagnes: Hebben burgemeesters genoeg online bevoegdheden?

donderdag 17 september 2020

Ruim twee derde van de burgemeesters (68 procent) heeft voldoende instrumenten om online aangejaagde ordeverstoringen te kunnen voorkomen. Dat is een van de belangrijkste conclusies die Willem Bantema trekt in zijn nieuwe boek ‘Niet bevoegd, wel verantwoordelijk'. Bantema, senior onderzoeker bij de Onderzoeksgroep Cybersafety van de Thorbecke Academie bij NHL Stenden Hogeschool vroeg 107 burgemeesters hoe groot het probleem van online aangejaagde ordeverstoringen is en of zij behoefte hebben aan meer bevoegdheden om preventief online in te kunnen grijpen.

willem_bantema

Steeds vaker worden burgemeesters geconfronteerd met online aangejaagde orderverstoringen. "Maar liefs 39 procent van de ondervraagde burgemeesters geeft aan wel eens een online bedreiging te hebben ontvangen", vertelt Bantema. Ook oproepen tot demonstraties of illegale feesten via social media worden opvallend vaak genoemd, op de voet gevolgd door online ophef rondom teruggekeerde zedendelinquenten. De grote vraag is: wat kun je hier als gezagsdrager tegen doen? Recent lieten onder anderen burgemeesters Rob Bats en Peter den Oudsten weten de behoefte om in te kunnen grijpen, sterk te voelen. De oproep van Bats en Den Oudsten wordt echter niet gesteund door het gros van de ondervraagde burgemeesters in Bantema’s onderzoek.

Websites sluiten, oproepen verwijderen

In zijn boek 'Niet bevoegd, wel verantwoordelijk' vraagt Bantema burgemeesters of ze behoefte hebben aan meer bevoegdheden om preventief online in te kunnen grijpen. Bantema: "Er zijn burgemeesters die aangeven dat ze naast woningen ook de mogelijkheid willen hebben om websites te sluiten. Ook de bevoegdheid om online oproepen tot rellen via sociale media te kunnen verwijderen, wordt door een aantal burgemeesters als wens genoemd. Anderen beschouwen dit meer als een taak van het strafrecht en voorzien vooral problemen op het gebied van de vrijheid van meningsuiting wanneer ze online zo rigoureus gaan ingrijpen.” De oproep van Bats en Den Oudsten aan minister Grapperhaus om meer online bevoegdheden, wordt dan ook bij lange na niet door de meerderheid van hun collega's ondersteund. Sterker nog: tweederde (68%) van de burgemeesters geeft aan op dit moment over voldoende bevoegdheden of instrumenten te beschikken om online aangejaagde ordeverstoringen te kunnen voorkomen.

Offline op de vingers getikt

Burgemeesters zien meer heil in het aangaan van een gesprek met de online onruststokers. Daarover zegt Bantema: “Dit gesprek vindt vaak offline plaats. De zender van het bericht wordt uitgenodigd op het gemeentehuis of het politiebureau voor tekst en uitleg.” Deze manier van ingrijpen werkt het meest effectief, geven de deelnemers in het onderzoek aan. Uit de voorbeelden die ze noemen, blijkt dat volgens burgemeesters het ‘uit de anonimiteit halen’ van zenders en het ontmoedigen van hun gedrag effectief is. “Burgemeesters zijn terughoudend als het gaat om online communicatie met de afzenders”, merkt Bantema. “Ze zijn bang dat ze daarmee hun neutraliteit en opschalingsmogelijkheden verliezen.”

In voor- en tegenspoed

Dat social media nauwelijks worden ingezet voor het aangaan van het gesprek is niet te wijten aan de afwezigheid van burgemeesters online. Driekwart van de bevraagde burgemeesters geeft aan gebruik te maken van LinkedIn en Twitter. De helft plaatst berichten op Facebook. "Waar Twitter met name geschikt is voor het snel bereiken van de klassieke media, leent Facebook zich vooral voor contact met inwoners", weet Bantema. "Wanneer burgemeesters actief zijn op social media schept dat tegelijkertijd ook verwachtingen in crisissituaties. Online zichtbaarheid wordt verwacht in voor- én tegenspoed. Dat is niet altijd eenvoudig."

Niets doen als beste optie

In zijn publicatie geeft Bantema gezagsdragers daarom een aantal adviezen voor online crisiscommunicatie. De meest opvallende in het rijtje met tips: niets doen is ook een interventie en in veel gevallen het beste. Bantema: "Het grootste dilemma bij online reageren betreft de vraag of een reactie helpt om te de-escaleren of dat je daarmee juist wrijft in een olievlek en de zaak nog erger maakt. Wanneer je als burgemeester reageert op een online ordeverstoring is er geen weg meer terug. Oftewel: het neemt je opschalingsmogelijkheden weg. In veel gevallen is niets doen daarom het beste advies."

Digitaal koorddansen

Dat een burgemeester in de toekomst meer online bevoegdheden krijgt, ligt dan ook niet voor de hand, concludeert de onderzoeker in zijn publicatie. “Maar het is ook niet geheel ondenkbaar. Zo was het enkele jaren geleden in het strafrecht bijvoorbeeld ondenkbaar dat het stelen van een digitaal zwaard strafbaar zou worden. Inmiddels zijn strafzaken vanwege diefstal van virtuele goederen al geen uitzondering meer in de rechtbank.” Het strafrecht beweegt mee met actuele ontwikkelingen en het digitale domein, stelt Bantema. “In het bestuursrecht is dat echter nog niet het geval. De puzzel tussen grondrechten, privacy en veiligheid is zondermeer complex. Het blijft, net als bij ondermijning – waarbij je als burgemeester een drugswoning kunt sluiten – zoeken naar haakjes. Het blijft digitaal koorddansen.”

Webinar over online bevoegdheden

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) organiseert op woensdag 30 september om 10.30 uur het gratis webinar ‘Niet bevoegd, wel verantwoordelijk: wat een gemeente kan doen bij online aangejaagde orderverstoringen’. Aanmelden kan via de website van het CCV.