Studieopbouw
Tijdens de opleiding werk je aan het verbeteren van het pedagogisch klimaat op jouw school of kinderopvanglocatie. Je werkt vanuit de visie dat gedrag ontstaat in wisselwerking met de omgeving. Je leert het gedrag van kinderen begrijpen en hoe je de omgeving kunt aanpassen om elk kind zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen. Je leert complexe situaties te begrijpen en leert hoe je kunt afstemmen op de diversiteit in gedrag. Daarnaast leer je hoe je collega’s met pedagogische vragen kunt ondersteunen.
Tijdens de opleiding voer je praktijkopdrachten uit op jouw eigen school of kinderopvanglocatie en bouw je een portfolio op waarin je de behaalde competenties aantoont.
Vanuit de verschillende theorieën over gedrag, ontwikkel je in de eerste helft van het opleidingsjaar een eigen visie en koppelt deze aan de visie van de school. Daarna maak je volgens het handelingsgericht werken en het groepsplan gedrag een gerichte koppeling met jouw eigen praktijk. Studenten hebben hierbij elk hun eigen leervragen. In de bijeenkomsten is ruimte voor uitwisseling van praktijkervaringen en voor de verbinding met de theorie.
De opleiding gaat ervan uit dat de eigen werkplek de belangrijkste plaats is om te leren. Daarom voer je tijdens de opleiding opdrachten uit binnen op je eigen werkplek en vraag je hierop feedback van collega’s en management. Je maakt een koppelingen tussen theorie en praktijk en onderzoekt deze. Het geleerde wordt in de praktijk getoetst. Reflectie is een belangrijk onderdeel in jouw professionaliseringsproces.
Verplichte literatuur
De literatuur bestaat voor 50% uit door de opleiding verplichte literatuur en voor 50% uit zelfgekozen literatuur.
De verplichte literatuur is:
- -Schuman, H. & De Vries, P. (2020). Passend onderwijs in de Praktijk. Voorthuizen, Perspectief Uitgevers
- Van Overveld, K. (2016). Groepsplan Gedrag. Planmatig werken aan passend onderwijs. Huizen: Pica
Of
- Van Overveld, K. (2014). Groepsplan Gedrag in het Voortgezet onderwijs. Planmatig werken aan passend onderwijs. Huizen: Pica
- Hulswit, M. & Teggelaar, J. De docent als meester van de interactie. Groningen/Utrecht: Noordhoff
De aanbevolen literatuur is:
- Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas. Tielt: Lannoo of Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs. Tielt: Lannoo
- Horeweg, A. (2021). Handboek gedrag. Huizen: Pica
Voor MBO-docenten:
- Van Meersbergen, E. & Ketelaar, I. (2020) Passend onderwijs in het MBO. Gereedschap voor docenten en begeleiders. Voorthuizen: Perspectief Uitgevers
.
.
Je sluit de opleiding af met een portfolio, waarin je jouw opdrachten, meesterstuk en reflectie bundelt.
Hiermee toon je aan dat je voldoet aan de competenties van een gedragsspecialist.
Daarnaast geef je een eindpresentatie waarbij je je visie, ervaring, kennis en expertise als gedragsspecialist laat zien.
Docent/trainers
Onze docenten en trainers zijn specialisten in hun vakgebied. De meesten werken al jaren voor het ECNO en hun inzet en enthousiasme werkt aanstekelijk. Onze leermethode kenmerkt zich door een persoonlijke aanpak. De docenten en trainers zijn betrokken bij jouw leerproces en begeleiden je op maat.
De kerndocent van de post-hbo-basisopleiding Gedragsspecialist is Nathalie Robroch.
Nathalie is een ervaren gedragsspecialist en trainer met ruime expertise in het werken met kinderen en jongeren met gedragsproblemen. Ze heeft jarenlange ervaring in het onderwijs en is gepassioneerd in het overdragen van kennis over gedrag en pedagogisch handelen. Nathalie begeleidt studenten met een heldere en praktische benadering, waarbij ze steeds oog heeft voor de individuele leerbehoeftes van haar studenten.
Nathalie maakt gebruik van de inzet van gastsprekers die hun specialistische expertise inzetten om studenten een bredere en diepere kijk op gedragsvraagstukken te bieden.