En ze leefden nog lang… en ingewikkeld: wat hulpverleners en (stief)ouders moeten weten over samengestelde gezinnen

Afbeelding
janneke-metselaar-en-magda-hengst

Steeds meer kinderen in Nederland groeien op in een samengesteld gezin: een gezin waarin één of beide ouders al kinderen hebben uit een eerdere relatie. Op papier lijkt dat een logisch vervolg op een nieuwe liefde. Maar de praktijk is vaak ingewikkelder, concluderen Janneke Metselaar, lector Zorg voor Jeugd en docent-onderzoeker Magda Hengst van NHL Stenden Hogeschool. “We moeten het idee loslaten dat een samengesteld gezin een ‘kerngezin 2.0’ is.” 

De mythe van het kerngezin 

Een vrolijke vader, moeder en kinderen onder één dak: dit collectieve beeld van het traditionele ‘kerngezin’ kom je ongemerkt iedere dag overal tegen. “We zijn zo geprogrammeerd”, legt Janneke uit. “Zonder dat we het doorhebben, vergelijken we alles met dit traditionele plaatje. Zelfs als ouders uit elkaar gaan en een nieuwe partner krijgen, blijft dit ideaalbeeld dominant. Ook de omgeving draagt hieraan bij met opmerkingen als ‘wat fijn dat je moeder weer een nieuwe vriend heeft’. Voor de buitenwereld is het plaatje weer compleet, en onbewust blijft in ons hoofd de wens dat een stiefouder uiteindelijk de rol van de ‘ontbrekende ouder’ kan overnemen. Maar voor een kind loopt er ineens een vreemd persoon door het huis. Hoog tijd om te erkennen dat een samengesteld gezin fundamenteel anders werkt dan een kerngezin.” 

Persoonlijke verhalen als bron van kennis 

In een meerjarig onderzoekstraject van het lectoraat Zorg voor Jeugd, buigen Magda en Janneke zich over de ervaringen van jongvolwassenen die opgroeien in samengestelde gezinnen. Ook studenten van de opleidingen Pedagogiek en Social Work zijn betrokken. Magda: “Zij gaan in gesprek met jongeren die zijn opgegroeid in zo’n samengesteld gezin. Wat ze teruggeven is veelzeggend en laat zien dat we in de hulpverlening moeten waken voor een blinde vlek. Niet omdat elk samengesteld gezin per se hulp nodig heeft, maar omdat het besef ontbreekt dat deze gezinnen écht anders functioneren omdat er veel gevoeligheden spelen.”

De complexiteit van samengestelde gezinnen 

Die gevoeligheden zijn er op tal van vlakken. Janneke: “Wat samengestelde gezinnen zo anders maakt dan kerngezinnen, is de veelheid aan relaties, verwachtingen en (onuitgesproken) emoties. Kinderen die hopen dat hun ouders weer bij elkaar komen en voor wie het soms als verraad voelt om een stiefouder aardig te vinden en te accepteren. Ouders die proberen te balanceren tussen hun kinderen en hun nieuwe partner. En stiefouders die investeren in een relatie met hun stiefkind(eren), maar niet vanzelfsprekend iets terugkrijgen. Bijna iedereen in een samengesteld gezin heeft op de een of andere manier met rouw te maken. Je moet afscheid nemen van het traditionele perfecte plaatje.” 

  Een heel zichtbaar voorbeeld van dat perfecte plaatje zien we in de zomervakantie; hét moment waarop de wens van ‘gezellig samen zijn’ vaak extra zwaar weegt. Maar wat voor kerngezinnen werkt, past niet altijd bij samengestelde gezinnen. Soms kan het juist beter zijn om apart op vakantie te gaan, adviseert Janneke: “Juist doordat je gescheiden op vakantie gaat, ontstaat er verbinding. Je geeft ruimte aan de band tussen ouder en kind én aan jezelf als stiefouder, door op dat moment geen onderdeel te willen zijn van het geheel.”

Te weinig aandacht voor (stief)ouders 

Waar kinderen in dit soort gevallen hulp of begeleiding krijgen, is die ondersteuning voor (stief)ouders minder vanzelfsprekend. Toch zijn juist zij cruciaal voor het functioneren van het gezin. “Het wordt de hoogste tijd om niet alleen kinderen maar ook (stief)ouders in samengestelde gezinnen beter te ondersteunen. Als zij overbelast raken of vastlopen, vergroot dat de kans op problemen in het hele systeem”, concluderen Magda en Janneke. 

 Succesverhalen zijn er ook 

Inmiddels heeft het lectoraat een schat aan informatie verzameld. Magda: “Die data bundelen we om patronen te herkennen: wat zijn de overeenkomsten, waar zitten de verschillen? Ook positieve succesverhalen waarin gezinnen -met vallen en opstaan- wél hun weg vinden, zijn onderdeel van de lesstof. Zo ontstaat een kennisbasis waarop we verder kunnen bouwen. Het uiteindelijke doel is om praktische tools te ontwikkelen die gezinnen écht ondersteunen – van voorlichting tot bijvoorbeeld serious games. Handvaten waar iedereen vervolgens profijt van kan hebben, in welke rol of fase van een samengesteld gezin je ook zit.”  

 Erkenning als startpunt

Handvaten die ook binnen opleidingen voor jeugdzorgprofessionals van pas kunnen komen: “Ook al lijkt het plaatje bij een samengesteld gezin exact hetzelfde, toch is er vaak sprake van onzichtbare spanningen, conflicterende loyaliteiten en niet-onderkende rouw”, zegt Magda. “Als professionals deze dynamiek niet herkennen kunnen spanningen toenemen, met als gevolg een groeiende druk op de jeugdzorg.” Je kunt pas goede begeleiding bieden als je het systeem begrijpt, voegt Janneke toe. “Dat begint met de erkenning dat een samengesteld gezin geen kerngezin 2.0 is. Iedereen wil natuurlijk het beste voor kinderen. Maar laten we dan ook écht kijken en luisteren naar wat dat betekent in deze nieuwe gezinsvormen.” 

Symposium: de kracht van samengestelde gezinnen

Om dit gesprek verder te brengen en de resultaten uit onderzoeken te delen, organiseert NHL Stenden op maandag 8 september een symposium over ‘De kracht van samengestelde gezinnen’. Centraal staat de vraag hoe we in beleid, hulpverlening én de samenleving beter kunnen aansluiten bij de realiteit van deze gezinnen. Tijdens het symposium spreekt onder meer Barbara Lavrysen over internationaal onderzoek naar blended families. Ook is er ruimte voor ervaringsverhalen, praktijkvoorbeelden en ontmoeting.

Wil jij erbij zijn of meer weten? Kijk dan hier.

Dr. Janneke Metselaar is sinds 2015 lector Zorg voor Jeugd aan NHL Stenden Hogeschool. Met haar lectoraat wil ze een betekenisvolle bijdrage leveren aan oplossingen voor vraagstukken van professionals uit de praktijk en jeugdigen en hun ouders/opvoeders.

Docent-onderzoeker Magda Hengst is verbonden aan het lectoraat Zorg Voor Jeugd en aan de Stiefacademie Nederland. Samen met Karin den Hollander schreef ze het boek ‘De mijne zijn de liefste’.