Beeldende therapie voor kinderen met autisme, geen one size fits all.

Schilderen, werken met hout, klei en ander materiaal. Het wordt allemaal gebruikt bij Beeldende Therapie. Ook kinderen met autisme worden vaak aangemeld voor deze vorm van therapie, maar hoe effectief is dit eigenlijk? Wat werkt, wat niet? Dat is lastig te zeggen, vooral ook omdat de doelgroep hier niet altijd makkelijk antwoord op kan geven. Onze docent-onderzoeker bij de opleiding Vaktherapie en het lectoraat Small N-Designs Celine Schweizer deed er onderzoek naar en promoveert vandaag aan de Rijksuniversiteit Groningen op dit thema. Ze werkte hiervoor samen met beeldend therapeuten en kinderen met autisme. Een belangrijk onderzoek, want met beeldende therapie lijkt veel mogelijk al is er zeker geen ‘one size fits all’.

Beeldende therapie maakt praten soms makkelijker

Het verwerken van informatie is voor kinderen met een vorm van autisme vaak lastig. Dan kan het zijn dat ze instructies krijgen en horen, maar niet begrijpen wat ze ermee moeten doen. Schweizer: “Ze snappen soms niet precies wat er verwacht wordt. Beeldende therapie biedt een andere manier van informatie verwerken en kan bijvoorbeeld zelfvertrouwen geven. Er is geen goed of fout, het is een manier om te leren wat je fijn vindt om te doen, wat je moeilijk vindt en ook een manier om te leren hierover te praten”.

Op de voorkant van het proefschrift van Schweizer staat een tekening gemaakt door een tienjarige jongen. Een heel bewuste keuze, licht ze toe: “Het is een portret van zijn knuffel waar hij zijn zorgen aan vertelde. Het maken van dit schilderij was mogelijk nadat hij al plezier had ervaren en zelfvertrouwen had opgebouwd tijdens het maken van andere dingen. Terwijl hij zijn penseel over het doek streek, de wit met blauwe strepen van de vacht schilderde, gebeurde er nog iets moois. Hij vertelde zijn therapeut steeds meer over de zorgen die hij met zijn knuffel deelde.”

(het artikel gaat verder na de animatie)

Maatwerk is belangrijk

Beeldend therapeuten en studenten van de opleiding Vaktherapie hebben meegewerkt aan  verschillende onderzoeken die deel uitmaken van het promotie onderzoek. Het laatste deel van deze studie was een behandelevaluatie. Twaalf kinderen met autisme volgden het door Schweizer ontwikkelde behandelprogramma ‘Zelf in beeld’. Schweizer licht toe: “Beeldende therapie moet bij het kind én de therapeut passen. Uit het onderzoek bleek dat maatwerk binnen de behandeling belangrijk is om verandering teweeg te kunnen brengen.”

Het resultaat

Na het volgen van de therapie zijn de resultaten overwegend positief. Celine: “Volgens ouders, leerkrachten en de kinderen zelf zitten ze beter in hun vel. Daarnaast is gebleken dat de meeste kinderen flexibeler zijn geworden en socialer.” Het levert ze mogelijkheden op om zichzelf te ontwikkelen. “Ze doen tijdens het maken niet alleen succeservaring op, ze leren tijdens het maken van beeldend werk ook om woorden te geven aan hun ervaringen.” Met dit onderzoek is duidelijk geworden met wat voor problemen kinderen met autisme terecht kunnen bij beeldende therapie, wat ingrediënten zijn voor een behandelprogramma en wat de resultaten ervan zijn. Schweizer licht toe: “Dat is niet alleen belangrijk voor de kinderen en (toekomstig) beeldend therapeuten maar ook voor huisartsen, ouders, leerkrachten, verwijzers en de zorgverzekeraar.”

Meer weten over Celine's onderzoek?

Bekijk de animatie, download het proefschrift of volg de PhD ceremonie live op 14 september om 18.00 uur.