Studieopbouw
De opleiding tot is opgebouwd rond actuele vraagstukken uit de onderwijspraktijk en biedt een samenhangend programma waarin inhoud, toepassing en professionele ontwikkeling met elkaar verbonden zijn. In de onderdelen hieronder lees je hoe de opleiding inhoudelijk is vormgegeven, hoe we werken, wat we van deelnemers verwachten en welke tijdsinvestering daarbij hoort. Ook vind je informatie over de docenten en trainers die bij de opleiding betrokken zijn.
De opleiding is ingericht vanuit 4 competentievelden. Vanuit die competentievelden werken we tijdens de opleiding aan de volgende doelen:
Vakdidactiek:
Als Coördinator RekenWiskunde-Onderwijs weet je je eigen organisatie te inspireren tot kwaliteitsverbetering op het gebied van rekenwiskunde-onderwijs. Daarbij ga je uit van je kennis over de huidige (leidende en recente) inzichten, theorieën en onderzoeken op het terrein van rekenen-wiskunde.
Gecijferdheid:
Je zorgt ervoor dat rekenen-wiskunde betekenis krijgt voor de leerlingen, waarbij de leerlingen een goede basisvaardigheid rekenen realiseren en met behulp van diverse oplossingsprocessen kritisch kunnen denken en redeneren over rekenen-wiskunde. Ook bevorder je het wiskundig denken van je collega’s.
Vakgerichte communicatie en collegiale consultatie:
Als Coördinator Rekenwiskunde leer je communicatieprincipes zo toe te passen, dat collega’s gestimuleerd worden om vakkennis en praktijkervaring uit te wisselen en te versterken. Je zorgt voor collegiale ondersteuning.
Beleid:
Je leert verschillende procedures en manieren om invloed uit te oefenen op het beleid en de kwaliteit van het rekenwiskunde-onderwijs binnen je eigen organisatie.
De bovenstaande doelstellingen krijgen vorm en inhoud in de opleiding door een breed en gevarieerd aanbod:
Domeinen en leerlijnen
De verschillende domeinen en leerlijnen binnen het rekenonderwijs krijgen specifiek aandacht in de opleiding. Opbouw, cruciale momenten en strategieën komen aan bod. Daarnaast krijg je tips en suggesties om ervoor te zorgen dat leerlingen en collega’s meer grip krijgen op verschillende onderdelen van rekenen.
De domeinen die aan bod komen, zijn conform de opbouw in de SLOdoelen. Namelijk:
• Getallen
• Verhoudingen
• Meten en meetkunde
• Verbanden
• Didactische modellen
In het protocol Ernstige RekenWiskundeproblemen en Dyscalculie worden handreikingen gegeven voor het goed opbouwen van de les, observatie en diagnostiek. De hoofdfasen in de leerlijnen, het handelingsmodel en het drieslagmodel zijn hierbij belangrijke didactische modellen. Door gebruik te maken van deze handreikingen en didactische modellen kun je een leerlijn effectief en doelgericht opbouwen.
• De referentieniveaus rekenen
Afhankelijk van het uitstroomperspectief VO moeten leerlingen een bepaald niveau van rekenen hebben. Uitgangspunt bij het werken met leerlijnen is het 1S (streef = standaard) niveau. In de opleiding besteden we aandacht aan leerlingen die moeite hebben met rekenen en aan leerlingen die uitdagingen nodig hebben. Binnen de leerlijnen wordt gekeken wat minimaal op 1F nodig is (voor de zwakke rekenaars), hoe je leerlingen kunt ondersteunen om het niveau 1S te halen en hoe je leerlingen kunt uitdagen (sterke rekenaars 1S+). Door inzicht in de verschillende niveaus kun je het aanbod beter afstemmen op wat leerlingen moeten kunnen en kennen, passend bij het vervolgonderwijs.
• Differentiatie in de les
In elke klas heb je te maken met verschillen tussen leerlingen, zeker als het gaat om rekenen. Hoe bepaal je wie wat nodig heeft? Wat betekent dit voor de voorbereiding van je lessen? Tijdens de opleiding zetten we in op een goede voorbereiding van de lessen, waarbij je tegemoetkomt aan de onderwijsbehoeften van de leerlingen. De voorbereiding moet bovendien in de praktijk goed uit te voeren zijn.
• Instructie
Om effectief rekenonderwijs te kunnen geven is het belangrijk dat je als leerkracht beschikt over kennis van diverse instructievormen. We besteden aandacht aan vormen van directe instructie, banende instructie en werken met rekenconflicten en ontdeklessen. De keus voor instructie hangt altijd samen met het doel van de les, waar je je bevindt in de hoofdfasen van de leerlijn en de beginsituatie van de leerlingen.
• Doelgericht werken en actieve betrokkenheid van leerlingen
Het werken met leerlijnen kan je helpen om doelgerichter te werken. Focus houden op doelen en gerichte keuzes maken zijn hierbij aandachtspunten. Als leerlingen worden betrokken bij de doelen, zal de motivatie verhogen en het eigenaarschap vergroten. Door te werken met duidelijke doelen en succescriteria kan gerichte feedback aan de leerlingen worden gegeven. We gaan bij het geven van feedback uit van de drieslag: feed up, feed back en feed forward.
• Buiten het boekje rekenen
Bij effectief rekenonderwijs is de leerkracht voor de klas de regisseur. Als je kennis hebt van doelen, leerlijnen en rekenprocessen kun je je rekenonderwijs versterken. In deze opleiding gaan we aan het werk met het versterken van de leerlijnen door bijvoorbeeld gebruik te maken van actieve (coöperatieve) werkvormen, de inzet van rekenhoeken en de inzet van spel. Er is specifiek aandacht voor probleemoplossend denken, kritisch denken en redeneren over rekenenwiskunde.
• Rekenbeleid
Een duidelijke visie op rekenwiskunde-onderwijs is de basis voor rekenbeleid. Rekenbeleid geeft richting aan keuzes die worden gemaakt voor rekenwiskunde-onderwijs op jouw school. Het helpt om op planmatige wijze vorm en inhoud te geven aan het rekenwiskunde-onderwijs. De Coördinator RekenWiskunde kan input geven voor de visie en het rekenbeleid op schoolniveau. In de opleiding is aandacht voor alle belangrijke aspecten voor vakkundig en eigentijds rekenwiskunde onderwijs. Bovendien word je begeleid als het gaat om het doorvoeren van veranderingen.
De opleiding bestaat uit 8 opleidingsdagen die zijn verdeeld over het schooljaar. Tijdens deze dagen is er afwisseling tussen theorie en praktische activiteiten. Er worden diverse werkvormen ingezet, waardoor er naast de inbreng van de trainers ruimte is voor het delen van ervaringen en leren van en met elkaar.
De opdrachten in de opleiding bestaan uit voorbereidings- en verwerkingsopdrachten gekoppeld aan de onderwerpen die aan bod komen. Hierbij wordt steeds vanuit de theorie een vertaalslag gemaakt naar de praktijk.
Tijdens de opleiding wordt er een praktijkgericht onderzoek uitgevoerd. Hiervoor kun je als deelnemer een onderwerp kiezen waar je je verder in wilt verdiepen en bekwamen of waarmee je een praktijkprobleem uit je eigen situatie nader wilt onderzoeken. De trainers zorgen voor begeleiding bij de stappen die je zet gedurende het onderzoek.
Er wordt gebruik gemaakt van een digitaal portfolio. De trainers kunnen hier de ontwikkelingen van de deelnemers volgen en feedback geven.
8 bijeenkomsten
300 uur studiebelasting, waarvan 54 contacturen en 246 zelfstudie-uren
De zelfstudie bestaat uit:
- Lezen van vakliteratuur
- Uitvoeren van opdrachten in eigen school
- Een praktijkgericht onderzoek
Deze opleiding is geschikt voor
- Leraren basisonderwijs
- Intern Begeleiders
Docent/trainers
Kerndocent van deze opleiding is Margreeth Mulder-Bunk