NHL Stenden brengt mediawijsheid en online veiligheid van jongeren in kaart

Met de uitbraak van het coronavirus is onze internetafhankelijkheid enorm gegroeid. Dit geldt in bijzondere mate voor jongeren. Uit onderzoek blijkt dat jongeren eerder slachtoffer zijn van cybercrime. Aanleiding voor (associate) lectoren Joyce Kerstens en Deike Schulz van NHL Stenden Hogeschool om 423 Amsterdamse scholieren in het middelbaar onderwijs te bevragen naar hun internetervaringen, digitale (on)veiligheid en mediawijsheid tijdens corona. Hoe veilig voelen ze zich eigenlijk achter hun schermpjes en hoe mediawijs zijn ze?

 

"Het vak Mediawijsheid zou structureler in het lesrooster moeten komen"

Waar veel ouders in de jaren '90 opgroeiden met een uurtje gamen op de Nintendo GameBoy of het spelen van het onschuldige Super Mario Bros zijn jongeren tegenwoordig al vanaf jonge leeftijd actief op internet. De uitbraak van het coronavirus heeft hun afhankelijkheid van internet alleen maar vergroot. "Jongeren tussen de 12 en 18 jaar zijn gemiddeld meer dan vijf uur per dag online om te chatten, filmpjes te kijken en te gamen", vertelt Joyce Kerstens, associate lector Politie, Partners en Digitalisering aan de Thorbecke Academie van NHL Stenden Hogeschool. "Ze experimenteren volop en zijn heel actief op social media. Hieraan zijn risico’s verbonden. Van oplichting, afpersing en misbruik van persoonsgegevens tot pesten, seksuele intimidatie en internetverslaving."

Om de ernst en omvang in kaart te brengen, vroegen Joyce Kerstens en Deike Schulz 423 Amsterdamse jongeren tussen de 12 en 18 jaar naar hun ervaringen in de online wereld. "Ons onderzoeksproject is gericht op het tijdig signaleren van online risico’s en het voorkomen van online incidenten door adequate informatie en gerichte maatregelen", vertelt Deike Schulz, lector Organisations and Social Media. "In samenwerking met de Taskforce Digitale Veiligheid van de gemeente Amsterdam hebben we gebruik gemaakt van de online tool Internetveiligheid 2.0. Deze anonieme online vragenlijst over onderwerpen als cyberpesten, sextortion en fake news biedt inzicht in online problemen uitgesplitst naar leeftijd, gender en opleidingsniveau."

Redenen tot zorg

Kerstens en Schulz stelden een infographic Cyberwijs in tijden van corona op met daarin de meest opvallende resultaten. "Wat mij opvalt is dat compromitterend beeldmateriaal vaak klakkeloos wordt doorgestuurd", noemt Kerstens. "Een kwart van de leerlingen in Amsterdam heeft in de afgelopen drie maanden een compromitterend filmpje gezien van een medeleerling. Daarbij kun je denken aan een blootfilmpje of een video waarop een medeleerling wordt gepest of mishandeld. Ongeveer één op de vijf leerlingen stuurt zo’n compromitterend filmpje vervolgens door aan anderen. In de antwoorden op de vraag waarom, zien we dat ze niet of onvoldoende in de gaten hebben wat mogelijke gevolgen zijn voor de afgebeelde persoon. Leerlingen die filmpjes doorsturen, vinden dit naar eigen zeggen ‘gewoon’ of ‘grappig’. Slechts een enkeling zegt naderhand spijt te hebben."

Ook heeft Kerstens naar aanleiding van de resultaten de nodige zorgen over de groeiende kans op internetverslaving onder jongeren. "De schermtijd is enorm toegenomen. Eén op de vijf jongeren geeft aan meer dan acht uur per dag online te zijn. Ter relativering: ook mijn eigen schermtijd is flink toegenomen door de coronapandemie. De vraag is: wanneer wordt online zijn een obsessie? Tijd is daarvoor geen goede indicator. Vandaar dat we ook vragen hebben opgenomen in de online enquête om te ontdekken of leerlingen verslavingsgevoeliger zijn geworden. Wat we concluderen is dat één op de zeventien jongeren symptomen vertoont van een internetverslaving. Dit percentage is in vergelijking met eerdere metingen significant toegenomen. Reden tot zorg."

Jongeren hebben behoefte aan begeleiding

Een derde opvallend resultaat is dat ruim veertig procent van de jongeren aangeeft dat hun school meer aandacht zou moeten besteden aan het onderwerp ‘seks en internet’. "Deze grote behoefte naar meer begeleiding heeft ons verrast", vertelt Schulz. "Zeker omdat jongeren aangeven dat ze na het meemaken van vervelende situaties op internet eerst contact zoeken met leeftijdsgenoten. Pas daarna komen de ouders of docenten in beeld. Daar ligt een uitdaging voor zowel opvoeders als het onderwijs. Mediawijsheid is de afgelopen jaren een centraal thema geworden in het basis- en voortgezet onderwijs. Maar deze groeiende behoefte van jongeren aan meer begeleiding van hun school moet de komende jaren zeker aandachtspunt zijn in het onderwijs."

Kerstens ziet al een aantal goede voorbeelden in de praktijk, waarbij scholen mediawijsheid op hun eigen manier vervlechten in het curriculum. "Eén van de scholen had een eigen rechtbank-project opgezet. Deze rechtbank werd gevormd door leerlingen en behandelde allerlei soorten incidenten die online hadden plaatsgevonden. Uiteraard volledig geanonimiseerd. Leerlingen analyseerden samen een incident. Wie is de dader, wie het slachtoffer? Wat zijn de motieven, hoe groot is de impact en wat zijn de gevolgen voor het slachtoffer? Een prachtig initiatief waarbij de school leerlingen op een andere manier laat nadenken over hun gedrag online."

Vragenlijst geeft houvast om op school bij te sturen

Kerstens: "Mediawijsheid moet als vak nog echt body krijgen. Het besef dat je daar als school serieus en consequent aandacht aan moet geven in je lessen moet nog landen bij veel scholen. Wij doen het goed op het gebied van mediawijsheid, maar het vak zou structureler in het lesrooster moeten komen. Gegeven door docenten en niet alleen door externe experts. Jonge docenten zijn vaak ook ervaringsdeskundige op dit gebied, bijvoorbeeld op het gebeid van games en social media."

"Wanneer je leerlingen acht uur per dag online zijn, zou je als school toch willen weten wat hier gebeurt", gaat Kerstens verder. "Onze online tool Internetveiligheid 2.0 geeft scholen houvast. Met deze vragenlijst kun je boven water krijgen waar leerlingen mee bezig zijn en waar je als school bij moet sturen. De ervaring leert ons dat er nu vaak pas actie wordt ondernomen nadat een vervelend incident heeft plaatsgevonden. Ons onderzoek is meer dan een thermometer; het geeft je als school een kijkje in de online leefwereld van je leerlingen."