Deze student ontwikkelt beeldende therapie voor queer jongeren met negatief zelfbeeld
Queer jongeren hebben vaker dan hun heteroseksuele en cisgender leeftijdsgenoten te maken met psychische klachten zoals angst, depressie en een negatief zelfbeeld. Niet vanwege hun identiteit, maar door de minderheidsstress die ze ervaren. De druk van discriminatie, afwijzing, pesten en sociale uitsluiting verhoogt het risico op psychische problemen. Vanuit dit vraagstuk ontwikkelde Tamara Pastors, onlangs afgestudeerd aan NHL Stenden, een beeldende groepsinterventie voor jongvolwassenen uit de LGBTQIA+-gemeenschap.
De interventie helpt om schaamte, zelfkritiek en een negatief zelfbeeld te verwerken en is door Tamara ontwikkeld als afstudeeropdracht binnen de opleiding Vaktherapie. Centraal staat het versterken van zelfacceptatie en het loskomen van negatieve overtuigingen die zijn ontstaan door ervaringen met uitsluiting en stigmatisering.
“Schaamte woont vaak ergens waar geen woorden zijn”
De keuze voor het onderwerp was niet alleen professioneel. Tamara: “Natuurlijk was het voor mij ook iets heel persoonlijks omdat ik ook queer ben. Ik ben me heel erg bewust van de problematiek, ook op stage heb ik gezien dat mensen worstelen, vooral jongeren. Queer zijn wordt nog niet echt als normaal gezien. Ik vond het belangrijk om daar meer zichtbaarheid en erkenning aan te geven. En dat kon ik nu ook doen.”
Expressief zonder woorden
De interventie bestaat uit groepssessies waarin deelnemers via beeldende werkvormen werken rond thema’s als identiteit, schaamte en zelfacceptatie. Tamara combineerde beeldende therapie met inzichten uit de minderheidsstresstheorie en affirmatieve therapie. Door ervaringen visueel te maken ontstaat ruimte om gevoelens te onderzoeken en er met afstand naar te kijken.
Tamara: “Vooral bij schaamte werkt dat heel goed. Schaamte woont vaak ergens waar geen woorden zijn of waar je moeilijk woorden voor kunt vinden. Daarom is beeldende therapie daar heel geschikt voor. Je doet iets zonder woorden maar kunt dan toch expressief zijn. Daarna kun je er afstand van nemen en erover praten, maar dat hoeft niet. Als je het niet wilt of als je er nog niet helemaal klaar voor bent. Je kunt op je expressieve uiting soms beter reflecteren. Of je praat over de materiaalkeuze, daarin kun je vrij kiezen. En dat gaat dan natuurlijk ook over je identiteit.”
Soms denken mensen dat het genoeg is om niet te discrimineren, maar dat is echt het minimum. Ze benadrukt dat je als hulpverlener een veilige ruimte moet creëren en de juiste naam en aanspreekvorm gebruikt. “Daar kun je van tevoren gewoon afspraken over maken. Wat maakt iets veilig of onveilig. Is het een plek? Is het taalgebruik? Daar moeten hulpverleners zich bewust van zijn.”
Minderheidsstress
Tijdens haar stage in een queervriendelijke psychiatrische kliniek in Duitsland zag zij de impact van minderheidsstress van dichtbij. “Het raakte me hoe zwaar het is voor mensen om met hun identiteit te worstelen. Die schaamte komt vaak niet vanuit jezelf maar wordt gevormd door de maatschappij. Mensen die zeggen: dit mag niet, dit is fout. Het gevaar is dat je die overtuigingen gaat overnemen omdat je in de minderheid bent en denkt: misschien is er iets mis met mij.”
Juist daarom vond Tamara een veilige ruimte creëren zo belangrijk. Een ruimte waarin zij de identiteit van de groep bevestigde en niet ter discussie stelde. “Altijd die vraag: weet je zeker dat het geen fase is? Ik zag hoeveel opluchting er kan ontstaan wanneer mensen niet hoeven uit te leggen of te verdedigen wie ze zijn. Wanneer hun identiteit niet ter discussie staat, ontstaat ruimte voor herstel, zelfacceptatie en groei.”
Deze kwetsbaarheid is ook zichtbaar in bredere bevolkingscijfers. Uit cijfers van het CBS blijkt dat 61% van de lesbische, homoseksuele en bi-plus personen angst- of depressiegevoelens rapporteert, tegenover 42% van de heteroseksuele bevolking.
Pride Month blijft noodzakelijk
De noodzaak van Pride Month is volgens Tamara nog altijd groot, zeker met alle internationale ontwikkelingen. “Het is belangrijk om te blijven strijden voor gelijke kansen en rechten. Queer-mensen hebben die nog steeds niet. Afgelopen jaar merkte Tamara zelf die ongelijkheid toen ze naar een woning zocht met haar vriendin. Er zijn veel dagelijkse momenten waarin er van dat soort stressfactoren zijn, die je misschien niet hebt als je hetero bent.”
Toekomstdromen
Tamara: “Het zou mooi zijn als er in de samenleving meer ruimte komt om queer te zijn. Dat het geen taboethema is en dat je op school al leert hoe normaal het is. Mensen zijn misschien bang om fouten te maken. Hoe je met elkaar omgaat hoeft niet perfect te zijn, het is veel belangrijker dat je het probeert en dat je voor de ander openstaat. En dat je de moed hebt om die stap te maken.”
“Ik hoop dat het over een paar jaar normaal is dat je bevestigt wie iemand is. Dat identiteit niet ter discussie staat, maar het vertrekpunt is van behandeling. En dat affirmatief werken over 5 jaar niet meer een specialisatie is in de zorg, maar iets wat vanzelfsprekend is en je gewoon toepast. Dat je meegaat in de identiteit van iemand, dat zou veel minder stress geven.”