Taaldiversiteit in de klas, kans of bedreiging? 5 manieren om gebruik te maken van meertaligheid

Afbeelding
meertaligheid

Vijf, tien, soms wel twintig verschillende talen in één klas. Voor veel leraren is het dagelijkse praktijk. En dat voelt soms als een uitdaging. Want hoe geef je dan les? Moet dat in tien verschillende talen? En wordt het Nederlands niet slechter als kinderen hun thuistaal ook gebruiken? Juist niet, zeggen taaldocent en junior onderzoeker Doaa Abdul Hussain en lector Mirjam Günther van het lectoraat Meertaligheid & Geletterdheid van NHL Stenden Hogeschool. 


Liever luisteren? Check onze podcast met Mirjam Günther en Doaa Abdul Hussain over meertaligheid.

Kinderen die in de klas hun thuistaal mogen spreken, voelen zich gehoord en hierdoor veiliger in de klas. Dat is een van de belangrijkste uitkomsten uit het 3M-project (Meer kansen Met Meertaligheid). "Als kinderen zichzelf kunnen en mogen zijn, leren ze zoveel beter", zegt Doaa. "Ook de Nederlandse taal. En dat betekent niet dat leerkrachten tien verschillende talen moeten leren. Meertaligheid in de klas begint juist met kleine, didactische keuzes.” Mirjam en Doaa delen 5 laagdrempelige manieren om te beginnen. 

1. Klein beginnen: talen zichtbaar maken

"Mijn tip is vooral: begin heel klein," zegt Doaa. "Begin met het zichtbaar maken van de verschillende talen op de gang. Als je het hebt over het thema herfst, laat ouders dan woorden die met herfst te maken hebben opschrijven in hun eigen taal en dit bespreken met hun kinderen. Maak dat zichtbaar in de gangen." Ook boeken in verschillende talen helpen. "Bestel boeken in verschillende talen en stel die tentoon. Laat kinderen daarin kijken en lezen." Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. "Ze pakken een boek in het Arabisch en zeggen: 'Dit boek gaat de andere kant op open. Hoe zit dat?' Dat geeft brandstof voor interessante gesprekken in de klas."

2. Taalportret maken

"In een taalportret geven kinderen elke taal een kleur en plaatsen die in een silhouet van een poppetje," vertelt Mirjam. "De taal die ze het liefst spreken, plaatsen ze meestal in hun hart en hoofd. Talen die ze nog niet zo goed kennen, in hun tenen." Het resultaat is verrassend inzichtelijk. "Het geeft inzicht in hoe een leerling zich voelt," vult Doaa aan. "Daar kun je op inhaken met gesprekken. Als een kind het Nederlands in de tenen plaatst, weet je als leraar dat je daar logischerwijs iets mee moet."

3. Ouders betrekken bij het onderwijs

Ouders betrekken is heel belangrijk en kan bijvoorbeeld met een project als 'Taal in Beeld' waarin kinderen op zoek gaan naar taalschatten. "Ze interviewen hun ouders of grootouders over hun favoriete zin of gezegde in hun moedertaal," legt Mirjam uit. "Dan maken die kinderen daar een mooie tekening bij. Die wordt vervolgens op een poster afgedrukt en tentoongesteld." Ouders gaven terug: wat fijn dat mijn taal er mag zijn. "Ze gingen poseren met de kinderen en waren supertrots." Ook voorlezen in de klas werkt goed. "Dan komen ouders voorlezen in een andere taal. Het maakt niet uit dat de helft van de kinderen het misschien niet verstaat, maar met behulp van gebaren kun je heel veel bereiken. Doaa: "Het is ook een manier om te laten zien dat meertaligheid normaal is. Meer dan de wereldbevolking is meertalig.”

4. Actieve werkvormen in de les

"Ik zet op de Taalschool vaak actieve werkvormen in," vertelt Doaa. "Dat kinderen met elkaar in gesprek zijn over woorden om hun concepten uit te breiden." Een voorbeeld: bingo met woordkaarten. "Ze hebben woordkaarten op de grond liggen en ik noem een woord. Dan kijken ze: welk woord is dat dan? Heb ik die of niet? Iedereen komt aan de beurt en iedereen krijgt bingo. Want we willen het natuurlijk leuk houden." Ook taalmaatjes en vertaalcirkels worden ingezet. "Er zijn heel veel werkvormen te vinden online," zegt Doaa.

5. Inbedden in visie en beleid

Belangrijk is dat meertaligheid niet blijft bij een eenmalig project. "De kunst is om een aantal ambassadeurs te hebben die een werkgroep gaan vormen," vertelt Mirjam. "En dat je vervolgens inzet op visie en beleid." Meertaligheid is geen vak apart naast wiskunde of aardrijkskunde. "Maar je integreert het overal doorheen. Dat is eigenlijk ook altijd onze kernboodschap. Je hoeft het niet vier uur per week apart in je programma te zetten. Juist niet. Maar zorg dat het onderdeel wordt van je didactiek." Een vak als burgerschap leent zich bijvoorbeeld bij uitstek om daar andere talen en culturen in te mengen.

Taal is heel normaal 

“Over vijf jaar hoop ik dat dit gewoon normaal is," aldus Mirjam. "Dat we niet meer discussiëren of er plek is voor meertaligheid, maar dat die plek er gewoon is." De nieuwe kerndoelen voor het onderwijs bieden daar al volop ruimte voor. En steeds meer scholen werken toe naar het certificaat 'Taalvriendelijke school'. Iets om te vieren, vindt Doaa. Mirjam vult aan: “Uiteindelijk gaat het niet om tientallen talen spreken. Het gaat om kinderen zién. Want een kind dat zich gezien voelt, is een kind dat beter leert.” 

Meer weten?

Wil je ook starten met meertaligheid in de klas? Vanuit het lectoraat Meertaligheid & Geletterdheid is er een toolbox met lesplannen ontwikkeld en beschikbaar via de website.

Afbeelding
Lectoraat Meertaligheid en Geletterdheid

Lectoraat Meertaligheid & Geletterdheid

Ons lectoraat Meertaligheid & Geletterdheid onderzoekt samen met scholen hoe onderwijsprofessionals talige diversiteit en maatschappelijke uitdagingen kunnen omzetten in kansen voor gelijke ontwikkelmogelijkheden voor alle leerlingen.
Afbeelding
Profielfoto Mirjam Gunther lector Meertaligheid en Geletterdheid

Over Mirjam Günther

Lector Mirjam Günther is toegepast taalwetenschapper en promoveerde op de Engelse taalvaardigheid van tweetalige adolescenten; haar onderzoek richt zich op meertaligheid, meertalig onderwijs, laaggeletterdheid en tweetalige geletterdheid.
Sustainable Development Goals

Dit nieuws draagt bij aan...